De grafiek hieronder vestigt de aandacht op een ontwikkeling die in het politieke debat veel te weinig aandacht krijgt: sinds 1960 is de Belgische overheid een steeds groter deel van de economie gaan innemen, terwijl de reële economische groei op lange termijn is vertraagd.
Meer overheidsuitgaven hebben dus niet automatisch geleid tot meer welvaartscreatie. Dat betekent niet dat elke publieke uitgave nutteloos is, want degelijk onderwijs, infrastructuur en veiligheid kunnen de productiviteit juist versterken. De fundamentele vraag is hoeveel geld naar zulke productieve investeringen gaat en hoeveel naar een uitdijend overheidsapparaat, bureaucratie en het financieren van bestaande aanspraken.
Een verzorgingsstaat kan alleen duurzaam blijven bestaan wanneer de productieve economie voldoende welvaart voortbrengt om hem te betalen. Wanneer de overheidsuitgaven zwaar blijven wegen op die economie, neemt de druk toe om de belastingen te verhogen, schulden op te bouwen of beide te doen. Dat kan investeringen, ondernemerschap en de bereidheid om risico's te nemen afremmen.
De tragere groei maakt vervolgens de financiering van pensioenen, gezondheidszorg en sociale uitkeringen nog moeilijker. Zo dreigt een vicieuze cirkel te ontstaan: de overheid wordt groter, maar de economische basis die haar moet dragen groeit steeds trager.
België heeft daarom niet alleen een debat nodig over de omvang van de overheid, maar vooral over haar doeltreffendheid en over het herstel van productiviteit en private welvaartscreatie.
Vond je dit een interessant artikel ?
Zo ja, deel het dan even via bvb. de sociale media. Dank !

