De verstoring van de aanvoer van meststoffen uit de Perzische Golf als gevolg van de oorlog met Iran doet denken aan de chemicus Justus von Liebig, een vooraanstaand 19e-eeuws pleitbezorger van de minerale theorie over plantenvoeding. Liebig maakte vooral naam met wat we nu kennen als de wet van het minimum van Liebig. Volgens die wet wordt de plantengroei beperkt door de essentiële voedingsstof die het schaarst beschikbaar is. Zodra een teller één essentiële voedingsstof niet meer heeft, kunnen extra hoeveelheden van andere voedingsstoffen het tekort aan de beperkende stof niet compenseren.
Liebigs wet van het minimum dreigt zich in het teeltseizoen op een ingrijpende en verontrustende manier te laten gelden. Dat komt doordat de regio rond de Perzische Golf goed is voor 36% van de wereldwijde ureumaanvoer (een vorm van stikstofmeststof), 29% van de watervrije ammoniak (een andere vorm van stikstofmeststof), 26% van het diammoniumfosfaat en 13% van het monoammoniumfosfaat.
Om even terug te grijpen op de biologielessen van de middelbare school: stikstof, fosfor en kalium zijn essentiële voedingsstoffen voor planten die niet rechtstreeks uit lucht of water beschikbaar zijn en via de bodem moeten worden aangevoerd. Het toevoegen van deze drie essentiële nutriënten aan de bodem verbetert zowel de kwaliteit als de omvang van de plantengroei. Nu valt een groot deel van de wereldwijde aanvoer van twee van deze drie nutriënten weg.
Bovendien valt ongeveer 20% van de wereldwijde LNG-aanvoer uit de Golfregio weg. In landen zoals India is geïmporteerd LNG de grondstof voor de productie van stikstofmeststoffen in binnenlandse fabrieken. En er zijn waarschijnlijk nog andere complicaties die de wereldwijde meststoffenaanvoer verstoren.
Door de sterk gestegen meststofprijzen overwegen tarweboeren in Argentinië minder ureum te gebruiken. Daarmee zouden zij de beschikbare hoeveelheid stikstof beperken. De andere mogelijkheid is over te schakelen op een ander gewas waarvoor minder meststof nodig is, maar ook dat zou de tarweproductie beperken. De American Farm Bureau Federation publiceerde in april 2026 een enquête waaruit blijkt dat 70% van de Amerikaanse boeren niet alle meststoffen kan betalen die zij nodig hebben.
Maar Liebigs wet gaat verder dan alleen de bemesting van gewassen. Landbouwmachines draaien vrijwel uitsluitend op diesel. De sterke stijging van de dieselprijzen kwam vooral nadat Amerikaanse boeren hun aanplantbeslissingen al hadden genomen. Daardoor zullen de hogere brandstofkosten dit jaar vooral ten koste gaan van hun winstmarges en minder van de productie. Maar als de dieselprijzen langere tijd hoog blijven, kan dat boeren ertoe aanzetten minder te planten of over te schakelen op gewassen waarvan zij verwachten dat ze goedkoper te telen zijn.
Diesel moet daarom, net als meststoffen, worden beschouwd als een essentiële productiefactor.
Maar we kunnen Liebigs wet nog verder doortrekken en toepassen op elementaire productiemiddelen voor de samenleving als geheel. Energiespecialist en allesweter Vaclav Smil (lees hier, hier en vooral hier) noemt vier wezenlijke inputs die onmisbaar zijn voor de moderne wereld: cement, staal, kunststoffen en ammoniak. Ammoniak is uiteraard onontbeerlijk voor de productie van stikstofmeststoffen, die we hierboven al hebben besproken. De andere drie zijn zo alomtegenwoordig dat hun belang voor de moderne samenleving nauwelijks uitleg behoeft.
Smil wijst bovendien op een verband dat juist nu bijzonder relevant is, gezien het wegvallen van olie en aardgas uit de Perzische Golf: voor de productie van alle vier deze onmisbare inputs zijn grote hoeveelheden fossiele brandstoffen nodig. Daarnaast dreigt het wegvallen van aanzienlijke hoeveelheden olie en aardgas de productie te beperken van een zeer breed scala aan goederen waarvoor fossiele brandstoffen en hun afgeleide producten essentiële grondstoffen zijn - precies zoals Liebigs wet voorspelt.
De gevaren die zulke beperkingen voor de wereldeconomie met zich meebrengen, waren altijd al zichtbaar. Toch heerste lange tijd de opvatting dat dergelijke beperkingen zich nooit zouden voordoen, of dat ze, als ze zich toch voordeden, slechts tijdelijk zouden zijn. Die overtuiging wordt nu op de proef gesteld.
Als het inderdaad, zoals olieconsultant Art Berman stelt, onwaarschijnlijk is dat we ooit nog het niveau van de wereldwijde olieproductie van voor de oorlog met Iran zullen bereiken, dan zal de opvatting dat de productie geen wezenlijke grenzen kent, plaats moeten maken voor een nieuwe realiteit: die van schaarste en beperkte productie van veel van de meest essentiële grondstoffen ter wereld.
Vond je dit een interessant artikel ? Zo ja, deel het dan even via bvb. de sociale media. Dank !
