Translate

vrijdag 7 augustus 2026

Waarom we zo weinig begrijpen van geld en economie

Waarom slagen zoveel mensen – ook hoogopgeleiden – er niet in de economische werkelijkheid correct te doorgronden? Dat ligt niet uitsluitend aan de ingewikkeldheid van geld en financiële markten. Ook de economische wetenschap, het onderwijs, het bankwezen, de politiek, de media en zelfs onze eigen denkpatronen spelen daarin een belangrijke rol. Samen creëren zij een onvolledig beeld van de werkelijkheid. 

Een treffende illustratie van dit kennistekort is te vinden in het boek "La crise incomprise – quand le diagnostic est faux, les politiques sont néfastes" (zie hier). Daaruit blijkt hoe onvolkomen de financiële crisis van 2008 door economen, beleidsmakers en financiële instellingen werd geanalyseerd, met nefaste beleidsbeslissingen als gevolg. 

De economie is een complex systeem waarin talloze factoren elkaar voortdurend beïnvloeden. Daardoor volstaan eenvoudige oorzaak-gevolgverklaringen meestal niet. Dit artikel onderzoekt de voornaamste oorzaken van dit structurele kennisdeficit.


Lacunes in de economische wetenschap
Economie gaat over geld en financiële markten, over werk, over productie en consumptie, over handel en globalisering maar heeft ook te maken met grondstoffen, ecologie, klimaat, energie, demografie, technologie, belastingen, politiek en geopolitiek. Maar ook de studie van psychologie en sociologie lijkt belangrijk om het financieel-economisch gedrag van individuen en groepen enigszins in kaart te brengen. Een eerste probleem is dus beslist het multidisciplinaire karakter van economie : er spelen vele elementen een rol.

Het wel en wee van de wereldeconomie wordt dus beïnvloed door een zeer groot aantal factoren. Elk van de genoemde wetenschappelijke specialisaties heeft heel veel informatie voortgebracht. Maar het integreren van al die kennis, over de grenzen van die verschillende disciplines heen, gebeurt slechts in beperkte mate. Veel economen concentreren zich op monetaire en economische variabelen en besteden minder aandacht aan het belang van grondstoffen, ecologie, energie en andere factoren buiten hun eigen vakgebied. Een holistische analyse van relevante data gebeurt niet of nauwelijks.

De bekende Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang toont in zijn boek "Economie - de gebruiksaanwijzing" aan dat er maar liefst negen verschillende economische scholen bestaan. Hoe zou een kennisgebied, dat onvoldoende inzicht biedt in zijn eigen theoretische verscheidenheid, in staat zijn een coherent totaalbeeld te schetsen van de economische realiteit ?

Anders dan de natuurwetenschappen gaat economie over waardeoordelen : hoe welvaart moet worden verdeeld, hoe het algemeen belang het best kan worden gediend, hoe maatschappelijke verbeteringen aan te brengen enz. Ieder economisch beleid ontstaat uiteindelijk vanuit politieke keuzes en vaak ook vanuit een morele invalshoek. Economie is dus niet alleen een technische wetenschap, maar heeft ook een belangrijke politieke dimensie. Het is geen exacte wetenschap in de betekenis van de natuurwetenschappen en zal dat allicht ook nooit worden.

Lacunes in het onderwijs
Het onderwijs stimuleert vaak specialisatie. Vanaf jonge leeftijd moeten leerlingen keuzes maken. Universiteiten zijn opgedeeld in faculteiten. Vaardigheden zoals systeemdenken, het kunnen zien hoe alles elkaar beïnvloedt, en interdisciplinair denken, het kunnen integreren van verschillende kennisdomeinen, worden ondergewaardeerd. Er worden te weinig mensen opgeleid die verschillende specialismen met elkaar kunnen verbinden. Wie uitsluitend binnen één discipline wordt opgeleid, ziet vaak slechts een deel van de werkelijkheid. Grote maatschappelijke problemen trekken zich echter niets aan van de grenzen tussen universiteiten, faculteiten of studierichtingen.

Het onderwijs, zoals het vandaag georganiseerd wordt, vertoont lacunes in de kennisoverdracht. Zo is geschiedenis al decennialang, ook in het buitenland, een achtergesteld vak. Tot de jaren tachtig waren vakken als economische geschiedenis en de geschiedenis van het economische denken aan heel wat universiteiten een belangrijk onderdeel van de opleiding economie. Vandaag krijgen ze in veel opleidingen veel minder aandacht. Nochtans is de wetenschap die handelt over de opkomst en neergang van landen en beschavingen enorm leerrijk (lees hier, hier en hier). Kennis van de financieel-economische geschiedenis is echt wel nuttig omdat ze zowel de successen als de mislukkingen van economische theorieën en - beleidsbeslissingen blootlegt.

Ook het geld- en economiethema krijgt in het algemeen vormend onderwijs te weinig aandacht. Ons geldsysteem is een van de slechtst uitgelegde concepten in de academische wereld. De weinigen die monetaire economie hebben gestudeerd kennen de werking van het systeem veel beter. En die financiële economen werken vaak voor overheden, grootbanken en vermogensbeheerders.

Bankieren: complexiteit en winstbejag
Bij de uitbraak van de financiële crisis in 2008 bleek dat vele managers van megabanken hun eigen producten niet volledig begrepen. De eerder genoemde Ha-Joon Chang vermeldt in zijn boek "Economie : de gebruiksaanwijzing" hoe bankiers toegaven dikwijls derivatencontracten van een paar honderd pagina's niet door te nemen wegens tijdsgebrek. Het functioneren van financiële markten en nieuwe monetaire technieken en - producten is zodanig ingewikkeld dat zelfs binnen de financiële industrie slechts een beperkt aantal mensen werkelijk kennis van zaken heeft. 

Een sterk voorbeeld hiervan is de Griekse schuldencrisis. In 2015 werd de Amerikaanse adviseur Glenn Kim, een voormalige medewerker van zakenbank Lehman Brothers, nauw betrokken bij de Griekse regering en bij de onderhandelingen rond het reddingspakket. Dat een regering in een dergelijke moeilijke financiële crisis een beroep doet op externe specialisten, zegt veel over de technische complexiteit van het moderne financiële systeem. 

Abstractie gemaakt van de complexiteit van speculatietechnieken en centralebankenbeleid is de werking van het geldstelsel feitelijk simpel. Lees maar eens het boek 'Geld komt uit het niets' van de Nederlandse auteur Ad Broere. Commerciële banken creëren bij kredietverlening nieuw giraal geld. Tegenover dat nieuwe geld staat een schuld van de kredietnemer en een vordering van de bank. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis werd de waarde van geld gedekt door goud, zilver of een combinatie van beide. Pas in de twintigste eeuw schakelden de meeste landen geleidelijk over op fiatgeld, dat niet langer door edelmetalen wordt gedekt. Fiatgeld ontleent zijn waarde dus aan vertrouwen in de overheden en de centrale banken. 

Dit feitelijk ongedekte geld wordt aan overheden, bedrijven en gezinnen uitgeleend en keert vervolgens mét intrest terug naar de bron. Een systeem dat aanzienlijke voordelen oplevert voor wie zich dicht bij de geldcreatie bevindt. Commerciële banken creëren een belangrijk deel van het geld in omloop door kredietverlening. Wanneer een bank een lening verstrekt, ontstaat er tegelijk een deposito op de rekening van de kredietnemer. Wanneer de hoofdsom van die lening wordt terugbetaald, verdwijnt het daarmee gecreëerde geld opnieuw. Dit gehele mechanisme is voor veel mensen weinig bekend en draagt ertoe bij dat velen een onvolledig beeld hebben van ons geldsysteem. 

Bovendien wordt er in de financiële sector zeer goed verdiend. Vandaar dat een uitgebreide en actieve lobby er alles aan doet om deze profijtelijke structuur in stand te houden. En om te vermijden dat bepaalde fundamentele vragen over het financiële stelsel te veel aandacht krijgen. 

Volgens de Nederlandse financieel-economische specialist Diederik Schmull zijn er binnen de financiële sector weinig goede analisten. Wie bovendien zijn gefundeerde opinie uitbrengt over bijvoorbeeld een op til zijnde daling van de markten - wat klanten kan weghouden van de beurs en dus negatief uitpakt voor commissies en bonussen - wordt binnen de bank scheef bekeken en kan zelfs een promotie mislopen. Producten verkopen en winst maken : daar draait het om. 

Als analisten, door een gebrek aan expertise of moed, niet in staat zijn toekomstige financieel-economische crisissen te herkennen of daarover te communiceren, valt het licht te begrijpen dat het grote publiek helemaal in het ongewisse blijft.

De verwevenheid van politiek en financiële macht
Vele regeringen, China op kop, trachten statistieken omtrent werkloosheid, inflatie, overheidsschuld enz. zo gunstig mogelijk voor te stellen. Wat het zelfs voor ingewijden soms moeilijk maakt om de ware economische situatie van een land correct in te schatten. 

Ten tijde van de bankencrisis in 2008 stelden insiders vast dat er in het Belgische parlement geen 10 volksvertegenwoordigers waren die begrepen wat er aan de hand was. Ook in de westerse parlementen zijn juristen sterk vertegenwoordigd, terwijl economische en financiële expertise veel minder prominent aanwezig is. Dat is problematisch, want wie belangrijke beslissingen neemt over overheidsfinanciën, belastingen, banken, schulden en economische regelgeving, zou op zijn minst over een fundamentele kennis van deze materie moeten beschikken. Algemeen kan men dan ook vaststellen dat de politieke klasse, als het gaat over geld en economie, vaak een schrijnend gebrek aan essentiële kennis vertoont.

Niet alleen worden parlementariërs benaderd door bancaire lobbyisten, belangrijke politici krijgen ook soms na hun politieke loopbaan functies aangeboden in raden van bestuur of adviesfuncties bij financiële concerns. In de Verenigde Staten worden presidenten en presidentskandidaten gesponsord door Wall Street. Ook de Europese politieke besluitvorming is nauw verweven met de financiële wereld. 
De invloedssfeer van megabank Goldman Sachs beperkt zich niet tot de VS, ook in Europa heeft ze haar antennes. Heel belangrijk in deze context is de wetenschap dat die grote financiële conglomeraten belangrijke afnemers zijn van staatsleningen. Zo wordt het begrijpelijk dat politici de grootbanken eerder met fluwelen handschoenen 'aanpakken'. De belangen van overheden en grote financiële instellingen lopen immers op bepaalde momenten parallel.

Falende massamedia
Wie het medialandschap overschouwt, ontdekt dat hier een sterke concentratie is ontstaan. Niet alleen op het niveau van de persbureaus, ook alle belangrijke mediakanalen (televisie, radio, geschreven pers en het internet) zijn in belangrijke mate in handen van een beperkt aantal grote concerns of individuen (lees hier, hier, hier en hier). Vooral in België is de mediaconcentratie aanzienlijk. Het globale mediacomplex, door transnationale informatieverspreiding, is een zeer voorname bron van kennisoverdracht geworden. In samenhang hiermee tonen de getuigenissen van journalisten zoals Janneke Monshouwer, Udo Ulfkotte en anderen aan dat de pers niet onafhankelijk opereert en dat ook andere belangen een rol kunnen spelen.

Zowel de finesses van de financiële markten als het functioneren van de macro-economie zijn ingewikkelde fenomenen. Die laten zich niet op een snelle en blitse manier uitleggen. Exclusiviteit, snelheid, vlotte verteerbaarheid en verkoopbaarheid zijn de ordewoorden van vandaag. Vele journalisten beperken zich al te vaak tot het puur overnemen, knippen en plakken van artikels en beeldmateriaal afkomstig van de internationale persagentschappenDat neemt niet weg dat degelijke onderzoeksjournalistiek nog steeds bestaat. Alleen krijgt die, door de economische druk op mediabedrijven en de permanente nieuwsstroom, steeds minder ruimte.

Vooraanstaande economen die op televisie worden geïnterviewd, krijgen ternauwernood enkele minuten om hun visie duidelijk te maken. En wie van ons ziet nog het bos doorheen de bomen van de dagelijkse informatielawine ?

Meer geconditioneerd dan we denken
We zijn sociale wezens die zich graag conformeren aan een bepaald ideeëngoed en aan hoe anderen denken. Dat groepsdenken ('groupthink') is een reëel fenomeen dat opduikt in de politiek, het bedrijfsleven, het sociale verkeer en ook in de financiële wereld. Een correcte maar dissidente analyse of een afwijkende mening die de heersende consensus bedreigt, wordt zelden met open armen ontvangen. De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer drukte het zo uit: "Elke waarheid doorloopt drie stadia. Eerst wordt ze belachelijk gemaakt. Dan wordt ze hevig bestreden. Tenslotte wordt ze als vanzelfsprekend aangenomen."

Psychologen spreken in dat verband over cognitieve dissonantie: het ongemak dat ontstaat wanneer feiten botsen met onze overtuigingen. Dat ongemak proberen we vaak weg te werken door storende informatie te negeren, te minimaliseren of anders te interpreteren. We zien en horen nu eenmaal liever datgene wat ons bestaande wereldbeeld bevestigt dan wat het op losse schroeven zet.

In dat verband is de mythische geschiedenis van Cassandra bijzonder illustratief. Zij voorspelde de ondergang van Troje, maar niemand geloofde haar. De moraal is tijdloos: de boodschapper van slecht nieuws maakt zich zelden populair, terwijl het negeren van een ongemakkelijke waarschuwing grote gevolgen kan hebben. Daar komt nog een ander psychologisch mechanisme bij: de mens heeft de neiging te geloven dat morgen grotendeels op gisteren zal lijken. Daardoor worden waarschuwingen voor fundamentele veranderingen vaak onderschat of eenvoudigweg weggewuifd.

Naast overtuigingen spelen ook prikkels een belangrijke rol. Mensen verdedigen niet alleen ideeën omdat ze erin geloven, maar ook omdat hun carrière, inkomen of maatschappelijke positie ermee verbonden zijn. Daardoor kunnen bepaalde opvattingen zichzelf lang in stand houden, zelfs wanneer de feiten steeds moeilijker te negeren vallen.

De financieel-economische werkelijkheid is ingewikkeld. Mensen hebben echter behoefte aan eenvoudige verklaringen en heldere zekerheden. Complexiteit is ongemakkelijk. Daarom winnen eenvoudige verhalen het vaak van genuanceerde analyses, zelfs wanneer die laatste dichter bij de werkelijkheid staan.

Samenvatting
Economen lijden aan hokjesmentaliteit en vertellen ons niets over het grotere plaatje ('The Big Picture'). Economie is geen exacte wetenschap. In het onderwijs worden leervakken zoals geschiedenis, geld en economie stiefmoederlijk behandeld. In het financiële milieu worden zeer ingewikkelde technieken toegepast, staat winst maken voorop, houdt men niet van afwijkende meningen en is het functioneren van het mondiale geldstelsel slechts aan zeer weinigen bekend. 

Politici stellen statistieken graag zo gunstig mogelijk voor, worden door allerlei drukkingsgroepen 'bewerkt' en onderhouden nauwe contacten met de financiële sector. De eigendomsconcentratie van massamedia en de macht die daarvan uitgaat, is zorgwekkend. Diepgaand en onafhankelijk onderzoek krijgt binnen deze mediaorganen te weinig ruimte. Bovendien lijdt het grote publiek aan doofheid en blindheid door de dagdagelijkse informatietsunami en een zekere mate van geconditioneerdheid.

De moeilijkheid ligt niet alleen in de complexiteit van economie en geld. Ze ligt vooral in het feit dat de economische realiteit wordt gefilterd door wetenschappelijke paradigma's, politieke belangen, financiële prikkels, mediaselectie en menselijke psychologie. Wie geld en economie wil begrijpen, moet daarom verder kijken dan één discipline, één theorie of één nieuwsbron.


Vond je dit een interessant artikel ?  Zo ja, deel het dan even via bvb. de sociale media. Dank !