Het meest verontrustende signaal komt misschien niet zozeer van de aandelenbeurzen, maar eerder van de obligatiemarkten. De Belgische tienjaarsrente nadert 3,9 %, tegenover 3,35 % een jaar geleden: een stijging van meer dan 50 basispunten.
Deze stijging weerspiegelt de inflatie, die in de eurozone 3,3 % bedraagt, maar ook een begrotingsrisicopremie. Beleggers eisen een hogere vergoeding om overheden te financieren die zwaar in de schulden zitten, met begrotingstekorten kampen en te maken hebben met enorme herfinancieringsbehoeften.
De staatsrente, die als ‘risicovrij’ wordt beschouwd, vormt echter de basis voor elke financiële waardering. Wanneer deze rente stijgt, daalt de waarde van aandelen. En als een obligatie of een bankdeposito weer rendement oplevert, waarom zou je dan zoveel risico nemen op de beurs?
De eerste slachtoffers zijn technologie- en groeiaandelen, waarvan de winsten nog ver in de toekomst liggen. Daarna volgen vastgoed, infrastructuur, telecommunicatie en openbare nutsvoorzieningen: allemaal sectoren met een hoge schuldenlast.
Ook kwetsbare bedrijven, small caps en private equity lopen risico. Een lening die tegen 1 of 2 % is aangegaan, moet mogelijk tegen 5 of 6 % worden geherfinancierd. Deze extra kosten kunnen de winst doen verdwijnen. Ook de banken blijven niet gespaard: ze moeten deposito's beter vergoeden, terwijl hun obligaties in waarde dalen.
De parallel met 2008 is verontrustend: waarderingen die zijn gebaseerd op goedkoop geld, buitensporige schuldenlast, risico’s die zich buiten de balans bevinden en de illusie van onuitputtelijke liquiditeit. Daarna volgen margin calls, de gedwongen verkopen en een markt waarin iedereen via dezelfde uitgang naar buiten wil.
We bevinden ons echter niet in 2008. De banken zijn beter gekapitaliseerd. De volgende crisis zal waarschijnlijk worden veroorzaakt door te hoge staatsschulden, overmatige privéschulden, niet-bancaire fondsen of bedrijven met een te hoge schuldenlast en dit keer niet door Amerikaanse hypothecaire leningen.
Maar de geschiedenis zou zich kunnen herhalen. In juli 2008 had de ECB haar basisrente verhoogd tot 4,25 %, twee maanden voor het faillissement van Lehman Brothers, om een inflatie te bestrijden die voornamelijk door de olieprijzen werd veroorzaakt.
Vandaag zou het een vergelijkbare fout zijn om de rente nog verder te verhogen om een vermeende loonspiraal te beteugelen, terwijl de inflatie vooral van energetische en geopolitieke aard is. Dat zou de olieprijs niet doen dalen: het zou de economische activiteit afremmen en het financiële stelsel verzwakken.
Bij het eerste systeemincident zullen de centrale banken het tegenovergestelde moeten doen: de kredietkraan weer openzetten, de markten overspoelen met liquiditeit en de staatsobligaties stabiliseren.
Een crash is niet zeker. Maar het mechanisme ervan is al in werking.
De centrale banken, en in de eerste plaats de ECB, zullen slimmer te werk moeten gaan dan in 2008: ze moeten de oorzaak van de inflatie doorgronden en voorkomen dat de stijging van de staatsobligatierentes het financiële stelsel doet instorten.
Overgenomen van: Bruno Colmant, Linkedin