A striking illustration of this knowledge gap can be found in the book “La crise incomprise – quand le diagnostic est faux, les politiques sont néfastes” (see here). It shows how inadequately the 2008 financial crisis was analyzed by economists, policymakers, and financial institutions, resulting in harmful policy decisions.
Translate
donderdag 20 augustus 2026
Why we understand so little about money and the economy
A striking illustration of this knowledge gap can be found in the book “La crise incomprise – quand le diagnostic est faux, les politiques sont néfastes” (see here). It shows how inadequately the 2008 financial crisis was analyzed by economists, policymakers, and financial institutions, resulting in harmful policy decisions.
vrijdag 7 augustus 2026
Waarom we zo weinig begrijpen van geld en economie
Economie gaat over geld en financiële markten, over werk, over productie en consumptie, over handel en globalisering maar heeft ook te maken met grondstoffen, ecologie, klimaat, energie, demografie, technologie, belastingen, politiek en geopolitiek. Maar ook de studie van psychologie en sociologie lijkt belangrijk om het financieel-economisch gedrag van individuen en groepen enigszins in kaart te brengen. Een eerste probleem is dus beslist het multidisciplinaire karakter van economie : er spelen vele elementen een rol.
Het wel en wee van de wereldeconomie wordt dus beïnvloed door een zeer groot aantal factoren. Elk van de genoemde wetenschappelijke specialisaties heeft heel veel informatie voortgebracht. Maar het integreren van al die kennis, over de grenzen van die verschillende disciplines heen, gebeurt slechts in beperkte mate. Veel economen concentreren zich op monetaire en economische variabelen en besteden minder aandacht aan het belang van grondstoffen, ecologie, energie en andere factoren buiten hun eigen vakgebied. Een holistische analyse van relevante data gebeurt niet of nauwelijks.
De bekende Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang toont in zijn boek "Economie - de gebruiksaanwijzing" aan dat er maar liefst negen verschillende economische scholen bestaan. Hoe zou een kennisgebied, dat onvoldoende inzicht biedt in zijn eigen theoretische verscheidenheid, in staat zijn een coherent totaalbeeld te schetsen van de economische realiteit ?
Anders dan de natuurwetenschappen gaat economie over waardeoordelen : hoe welvaart moet worden verdeeld, hoe het algemeen belang het best kan worden gediend, hoe maatschappelijke verbeteringen aan te brengen enz. Ieder economisch beleid ontstaat uiteindelijk vanuit politieke keuzes en vaak ook vanuit een morele invalshoek. Economie is dus niet alleen een technische wetenschap, maar heeft ook een belangrijke politieke dimensie. Het is geen exacte wetenschap in de betekenis van de natuurwetenschappen en zal dat allicht ook nooit worden.
Lacunes in het onderwijs
Ook het geld- en economiethema krijgt in het algemeen vormend onderwijs te weinig aandacht. Ons geldsysteem is een van de slechtst uitgelegde concepten in de academische wereld. De weinigen die monetaire economie hebben gestudeerd kennen de werking van het systeem veel beter. En die financiële economen werken vaak voor overheden, grootbanken en vermogensbeheerders.
Bij de uitbraak van de financiële crisis in 2008 bleek dat vele managers van megabanken hun eigen producten niet volledig begrepen. De eerder genoemde Ha-Joon Chang vermeldt in zijn boek "Economie : de gebruiksaanwijzing" hoe bankiers toegaven dikwijls derivatencontracten van een paar honderd pagina's niet door te nemen wegens tijdsgebrek. Het functioneren van financiële markten en nieuwe monetaire technieken en - producten is zodanig ingewikkeld dat zelfs binnen de financiële industrie slechts een beperkt aantal mensen werkelijk kennis van zaken heeft.
Abstractie gemaakt van de complexiteit van speculatietechnieken en centralebankenbeleid is de werking van het geldstelsel feitelijk simpel. Lees maar eens het boek 'Geld komt uit het niets' van de Nederlandse auteur Ad Broere. Commerciële banken creëren bij kredietverlening nieuw giraal geld. Tegenover dat nieuwe geld staat een schuld van de kredietnemer en een vordering van de bank. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis werd de waarde van geld gedekt door goud, zilver of een combinatie van beide. Pas in de twintigste eeuw schakelden de meeste landen geleidelijk over op fiatgeld, dat niet langer door edelmetalen wordt gedekt. Fiatgeld ontleent zijn waarde dus aan vertrouwen in de overheden en de centrale banken.
Volgens de Nederlandse financieel-economische specialist Diederik Schmull zijn er binnen de financiële sector weinig goede analisten. Wie bovendien zijn gefundeerde opinie uitbrengt over bijvoorbeeld een op til zijnde daling van de markten - wat klanten kan weghouden van de beurs en dus negatief uitpakt voor commissies en bonussen - wordt binnen de bank scheef bekeken en kan zelfs een promotie mislopen. Producten verkopen en winst maken : daar draait het om.
De verwevenheid van politiek en financiële macht
Vele regeringen, China op kop, trachten statistieken omtrent werkloosheid, inflatie, overheidsschuld enz. zo gunstig mogelijk voor te stellen. Wat het zelfs voor ingewijden soms moeilijk maakt om de ware economische situatie van een land correct in te schatten.
Ten tijde van de bankencrisis in 2008 stelden insiders vast dat er in het Belgische parlement geen 10 volksvertegenwoordigers waren die begrepen wat er aan de hand was. Ook in de westerse parlementen zijn juristen sterk vertegenwoordigd, terwijl economische en financiële expertise veel minder prominent aanwezig is. Dat is problematisch, want wie belangrijke beslissingen neemt over overheidsfinanciën, belastingen, banken, schulden en economische regelgeving, zou op zijn minst over een fundamentele kennis van deze materie moeten beschikken. Algemeen kan men dan ook vaststellen dat de politieke klasse, als het gaat over geld en economie, vaak een schrijnend gebrek aan essentiële kennis vertoont.
Niet alleen worden parlementariërs benaderd door bancaire lobbyisten,
Falende massamedia
Wie het medialandschap overschouwt, ontdekt dat hier een sterke concentratie is ontstaan. Niet alleen op het niveau van de persbureaus, ook alle belangrijke mediakanalen (televisie, radio, geschreven pers en het internet) zijn in belangrijke mate in handen van een beperkt aantal grote concerns of individuen (lees hier, hier, hier en hier). Vooral in België is de mediaconcentratie aanzienlijk. Het globale mediacomplex, door transnationale informatieverspreiding, is een zeer voorname bron van kennisoverdracht geworden. In samenhang hiermee tonen de getuigenissen van journalisten zoals Janneke Monshouwer, Udo Ulfkotte en anderen aan dat de pers niet onafhankelijk opereert en dat ook andere belangen een rol kunnen spelen.
Vooraanstaande economen die op televisie worden geïnterviewd, krijgen ternauwernood enkele minuten om hun visie duidelijk te maken. En wie van ons ziet nog het bos doorheen de bomen van de dagelijkse informatielawine ?
Psychologen spreken in dat verband over cognitieve dissonantie: het ongemak dat ontstaat wanneer feiten botsen met onze overtuigingen. Dat ongemak proberen we vaak weg te werken door storende informatie te negeren, te minimaliseren of anders te interpreteren. We zien en horen nu eenmaal liever datgene wat ons bestaande wereldbeeld bevestigt dan wat het op losse schroeven zet.
In dat verband is de mythische geschiedenis van Cassandra bijzonder illustratief. Zij voorspelde de ondergang van Troje, maar niemand geloofde haar. De moraal is tijdloos: de boodschapper van slecht nieuws maakt zich zelden populair, terwijl het negeren van een ongemakkelijke waarschuwing grote gevolgen kan hebben. Daar komt nog een ander psychologisch mechanisme bij: de mens heeft de neiging te geloven dat morgen grotendeels op gisteren zal lijken. Daardoor worden waarschuwingen voor fundamentele veranderingen vaak onderschat of eenvoudigweg weggewuifd.
Naast overtuigingen spelen ook prikkels een belangrijke rol. Mensen verdedigen niet alleen ideeën omdat ze erin geloven, maar ook omdat hun carrière, inkomen of maatschappelijke positie ermee verbonden zijn. Daardoor kunnen bepaalde opvattingen zichzelf lang in stand houden, zelfs wanneer de feiten steeds moeilijker te negeren vallen.
De financieel-economische werkelijkheid is ingewikkeld. Mensen hebben echter behoefte aan eenvoudige verklaringen en heldere zekerheden. Complexiteit is ongemakkelijk. Daarom winnen eenvoudige verhalen het vaak van genuanceerde analyses, zelfs wanneer die laatste dichter bij de werkelijkheid staan.
Economen lijden aan hokjesmentaliteit en vertellen ons niets over het grotere plaatje ('The Big Picture'). Economie is geen exacte wetenschap. In het onderwijs worden leervakken zoals geschiedenis, geld en economie stiefmoederlijk behandeld. In het financiële milieu worden zeer ingewikkelde technieken toegepast, staat winst maken voorop, houdt men niet van afwijkende meningen en is het functioneren van het mondiale geldstelsel slechts aan zeer weinigen bekend.
Politici stellen statistieken graag zo gunstig mogelijk voor, worden door allerlei drukkingsgroepen 'bewerkt' en onderhouden nauwe contacten met de financiële sector. De eigendomsconcentratie van massamedia en de macht die daarvan uitgaat, is zorgwekkend. Diepgaand en onafhankelijk onderzoek krijgt binnen deze mediaorganen te weinig ruimte. Bovendien lijdt het grote publiek aan doofheid en blindheid door de dagdagelijkse informatietsunami en een zekere mate van geconditioneerdheid.
Vond je dit een interessant artikel ? Zo ja, deel het dan even via bvb. de sociale media. Dank !
zondag 17 mei 2026
Radiostilte Midden-Oostenoorlog
dinsdag 5 mei 2026
Olie-indicator geeft recessiesignaal af
zondag 12 april 2026
Misschien wel de meest bepalende grafiek voor wat Europa te wachten staat
woensdag 1 april 2026
De impact van olieprijsschokken doorheen de tijd
donderdag 15 januari 2026
De energietransitie: slechtste investering in de geschiedenis van de mensheid
maandag 15 december 2025
Europa's keuze in 2026: ultieme heropleving of escalerende afgang
Europa belandt niet toevallig in een periode van grote onrust; het wordt geconfronteerd met een samenloop van crises die het voortbestaan van ons continent bedreigen. De diagnose is scherp: we zijn geïsoleerd, economisch onder druk gezet en politiek versnipperd.
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne wordt uitgevochten zonder dat de Europeanen werkelijk inspraak hebben; we zitten klem tussen twee grote machtsblokken. Economisch versnelt de de-industrialisatie, en dit terwijl een vloedgolf van geavanceerde Chinese producten onze bedrijven onder druk zet. Op het vlak van kunstmatige intelligentie staat de strijd al grotendeels vast: doordat we niet de ontwikkelaars zijn — in tegenstelling tot de Amerikaanse en Chinese giganten — dreigen we gereduceerd te worden tot simpele digitale consumenten.
Tegenover deze storm is er nauwelijks enige institutionele reactie. De Europese Commissie vervreemdt als een technocratische toren van Babel, uiteengevallen in een wirwar van tegenstrijdige bevoegdheden en abrupte koerswijzigingen — van een allesomvattende ecologische agenda zonder realistische industriële transitie tot het niet in de praktijk brengen van het Draghi-rapport. Als bureaucratische Olympus krijgt zij nu te maken met het groeiende ongenoegen van de Europese bevolking. Feit is: in het huidige geopolitieke bestel mist de Commissie de representatieve legitimiteit die zij ooit kon belichamen.
Het is niet langer de tijd voor kleine aanpassingen, maar voor een breuk. We moeten nadenken over een nieuwe vertegenwoordiging — iemand met visie die industriële consolidatie en een gemeenschappelijke defensie kan afdwingen. Maar zelfs de beste strategie faalt zonder het behoud van het essentiële: de integriteit van onze politieke waarden.
zaterdag 29 november 2025
‘De Amerikaanse staatsschuld is beter houdbaar dan die van Duitsland’
Als die landen hun pensioenverplichtingen deels met schuld moeten financieren, halen ze de Amerikaanse schuldpositie razendsnel in. En dan hebben we het nog niet eens over extra uitgaven aan defensie of infrastructuur. En als je meeneemt dat de Amerikaanse economie flexibeler, jonger innovatiever en dynamischer is dan de Europese, dan komt het erop neer dat zo'n land simpelweg meer schuld kan dragen.
maandag 3 november 2025
Ons grootste probleem is dat wij niet begrijpen wie we zijn
woensdag 8 oktober 2025
De ijzeren wet van de oligarchie en de illusie dat er zoiets bestaat als democratie
Deze elite-dominantie weerspiegelt het Pareto-principe en suggereert een natuurlijke 80/20-verdeling tussen elites en de samenleving.
«De oligarchie is een laag afgescheiden van het volk. Gedragen door voorrechten, rijkdom, speculatie en controle over de bureaucratie, mist zij een vitaal contact met de gemeenschap. De elite richt de energie van het volk op een gemeenschappelijk doel, neemt risico’s samen met hen — de oligarchie niet. De oligarchie leeft van de middelen van het volk, manipuleert hen om haar positie te behouden en schermt zich af van elke eis tot verantwoording die zij altijd ontloopt. Dus het idee dat de grote vis de kleine opeet is onrechtvaardig en onjuist, want de elite is het principe van leven voor een volk, terwijl de oligarchie het principe van hun verval is.»
— Francisco José Fernández-Cruz Sequera, 2025.
Plato (in De Staat, Boek VI) en Aristoteles (in Politica, Boek IV) waarschuwden tegen directe meerderheidsheerschappij, uit vrees voor tirannie van de meerderheid en volkswoede. In zijn "Discourses on Livy" (Redevoeringen over Titus Livius) nam Niccolò Machiavelli een gelijkaardige positie in en verwees naar de Gracchen (Tiberius en Gaius) in het Rome van de 2e eeuw v.Chr. Hun grondhervormingen — bedoeld om rijkdom van de aristocratie naar de armen te herverdelen — leidden tot bloedvergieten en burgeroorlog. Machiavelli stelde dat de Gracchen de fout maakten te veronderstellen dat de armen minder eigenbelang hebben dan de rijken; door de goedkeuring van de massa te zoeken, voedden zij haat tussen plebejers en senaat, wat uiteindelijk de Romeinse Republiek ondermijnde.
«De erfgenamen begonnen te degenereren ten opzichte van hun voorvaderen en, de deugdzame daden verlatend, meenden dat vorsten niets anders hoefden te doen dan elkaar overtreffen in weelde, wellust en alle andere vormen van genot. Zo werd de vorst gehaat en, uit vrees voor die haat, een tiran; velen van hen die hielpen hem te vestigen, werden zijn vijanden. Deze, in samenzwering, brachten zijn ondergang teweeg. En zo gaat de cyclus door.»
— Discourses on Livy, Boek I, Hoofdstuk 2, Niccolò Machiavelli, 1531.
«Honderd mannen die uniform en eensgezind handelen, met een gemeenschappelijk begrip, zullen triomferen over duizend mannen die het niet eens zijn en die daarom één voor één kunnen worden aangepakt.»
— Gaetano Mosca, 1896.
«Oligarchie rust altijd op geweld en bedrog.»— George Orwell, 1946.
«Soeverein is hij die beslist over de uitzondering.»— Political Theology, Carl Schmitt, 1922.
«O grote ster! Hoe zou je gelukkig zijn als je diegenen niet had voor wie je schijnt!»— Aldus sprak Zarathoestra, Friedrich Nietzsche, 1883.









